"Ik hou van mij"

Jaren was ik aan het vechten, te strijden voor mijn eer

Mijn leven was een puinhoop want alles ging verkeerd

Al die jaren van mijn leven drukten anderen mij neer

Van wat zij mij hadden aangedaan, zij hadden mij bezeerd

Ik stond klaar voor Jan en alleman, en zelfs voor hond en kat

Ik voelde mij verlaten, ik was het beu, ik was het zat

Jaren vroegen mij mensen: "Waarom laat je dit nou toe?"

En al die wijze woorden, die zullen dan wel van vrienden zijn

Maar niemand zou mij ooit begrijpen, dat maakte mij nou zo moe

En niemand reikte mij ooit een hand, en niemand voelde ooit mijn pijn

Ik stond klaar voor Jan en alleman, en zelfs voor hond en kat

Ik voelde mij verlaten, ik was het beu, ik was het zat

Wat kon ik er aan doen, want ik was leeg en ik was moe

En niemand hoorde nog wat ik zei, en niemand hoorde ook mijn kreet

Ik verwachte veel, maar het had geen leven, waar kon ik naar toe

Hele nachten lag ik wakker en maakte mij zorgen over ieders leed

Ik stond klaar voor Jan en alleman, en zelfs voor hond en kat

Ik voelde mij verlaten, ik was het beu, ik was het zat

Ik was weer eens druk mij voor een ander uit te sloven,

maar stond toch even stil te kijken naar een onbedwongen kinderspel

Een kind kwam hollend naar mij toe en zei tegen mij:

"Ik hou van jou" en vroeg: "Hou jij ook van jou?"

Ik schrok, ik werd bleek, in mij werd iets gekraakt

En nogmaals zei het kind tegen mij:

"Ik hou van jou" en vroeg ook weer: "Hou jij ook van jou?"

Door dit kind werd een diepgevoel, een verlangen, in mij geraakt

En wederom zei het kind tegen mij:

"Ik hou van jou" en krachtig opnieuw de vraag: "Hou jij ook van jou?"

Ik keek toen pas het kind in de ogen en die toen stralend zei:

"Ik hou ook van mij"

En ik dacht: "Nee, ik hou niet van mij"

Er brak iets in mij open, ik had ook nog een eigen ik

Mijn hart brandde, dat deed heel pijn

Zoals dat kind zichzelf lief had, dat was ik kwijt

Ik was jaloers, ik had graag dat kind willen zijn

Zolang ik maar zit te kijken hoe anderen hun leven leven

en mij druk maak om wat zij zouden moeten doen

Dan is er geen plaats voor mijn eigen leven

en ook geen plaats voor mijn eigen ik

Ik sta niet meer klaar voor Jan en alleman, en zelfs niet voor hond en kat

Nu eerst ik, want ik heb lang genoeg mijn eigen leven verstikt

Dus voelde ik mij verlaten, dus was ik het beu, dus was ik het zat

Ik ben niet meer aan het vechten, en hoef niet te strijden voor mijn eer

En nooit meer van mijn leven drukken anderen mij neer,

ik heb mijzelf vergeven omdat ik dat toegelaten had

Ik heb nu vrienden die horen wat ik zeg

en er is nu iemand die hoort mijn kreet

Ik voel mij niet meer verlaten, ik ben het ook niet beu,

ik ben het leven zeker niet zat

Want wat dit kind mij simpel leerde en wat ik nu stralend zeggen kan:

"Ik hou van mij"